Mobiel werken met het EPD in de ggz: efficiëntie wint alleen met vakmanschap als uitgangspunt 

De geestelijke gezondheidszorg (ggz) digitaliseert in hoog tempo. Psychologen en andere behandelaren gebruiken het elektronisch patiëntendossier (EPD) allang niet meer uitsluitend achter een vaste computer op kantoor. Smartphones en tablets worden steeds vaker ingezet voor verslaglegging, cliëntcommunicatie, monitoring en onderdelen van de behandeling. Deze ontwikkeling past bij hybride en netwerkgerichte zorg, maar raakt ook aan een dieperliggend probleem in de ggz: de structurele disbalans tussen zorg verlenen en zorg verantwoorden. 

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat ggzprofessionals ruim een derde van hun werktijd kwijt zijn aan administratie en rapportage. Tegelijkertijd kampen organisaties met personeelstekorten, hoge uitstroom en lange wachttijden. Elke minuut die niet aan behandeling wordt besteed, telt. Digitalisering moet dus niet alleen slimmer, maar vooral efficiënter en professioneler worden toegepast. 

De vraag is daarmee niet óf mobiel werken zinvol is, maar wanneer het werkelijk bijdraagt aan minder administratieve druk en meer tijd voor de cliënt. En wanneer de vaste werkplek onmisbaar blijft. 

De kracht van mobiel werken voor behandelaren 

Voor psychologen en ambulant werkende behandelaren kan mobiel werken concrete voordelen opleveren. Tijdens huisbezoeken, intakes of begeleide oefeningen kan direct worden vastgelegd wat relevant is: observaties, cliëntuitspraken en voortgangssignalen. Dat verkleint het risico op dubbel werk achteraf en vermindert de mentale belasting van “onthouden om later te registreren”. 

Mobiele apparaten sluiten bovendien goed aan bij blended zorg. Denk aan het samen bekijken van vragenlijsten, gebruik van visuele psychoeducatie of het bespreken van monitoringdata zoals stemming-, slaap- of stressmetingen. Wanneer dergelijke data vooraf digitaal beschikbaar zijn, kan het gesprek zich richten op interpretatie en betekenis in plaats van inventarisatie. 

De discussie over mobiel werken kan niet los worden gezien van de administratieve werkelijkheid. Wanneer professionals nu al 30–40% of soms nog meer van hun tijd aan registratie besteden, moet elke technologische innovatie bijdragen aan reductie van administratielast, niet aan verplaatsing of verhulling ervan. Mobiel werken dat leidt tot dubbele vastlegging, extra notificaties of verhoogde bereikbaarheid vergroot juist de druk. 

Het gebruik van een smartphone of tablet in het bijzijn van de cliënt vraagt daarbij om professioneel bewustzijn. Voor cliënten kan dit gebruik worden ervaren als afleiding of afstandelijkheid. Transparantie is daarom cruciaal: expliciet benoemen waarom een apparaat wordt gebruikt en het waar mogelijk samen inzetten, helpt om de therapeutische relatie te versterken in plaats van te verstoren. 

Randvoorwaarden en risico’s: meer dan alleen beveiliging 

Mobiel werken brengt reële risico’s met zich mee. Smartphones kunnen en hebben zeker het imago dat ze zoekraken, onveilig of onbeveiligd zijn of privé en zakelijk gebruik vermengen. Veel ggzorganisaties en professionals zijn daarom terecht terughoudend met het gebruik van privétoestellen voor EPDtoegang. Mobiel gebruik van cliëntdossiers in de ggz mag alleen als veiligheid en privacy zowel technisch als in het gebruik gewaarborgd zijn. Dat omvat risicoanalyses, beheerde devices en checklist voor uitrol (en inname). 

Daarnaast ervaren behandelaren mogelijk toenemende werkdruk door mobiele bereikbaarheid. Continue meldingen en cliëntberichten kunnen het gevoel versterken “altijd aan” te staan, wat haaks staat op duurzame inzetbaarheid en professioneel herstel. Stel als ggz-organisatie heldere bereikbaarheidsregels en triageprocedures in (inclusief dienstroosters, beperking van nieturgente notificaties en een alternatief spoedkanaal) zodat meldingen buiten werktijd worden gefilterd en verdeeld. Gebruik als professional een werkprofiel/‘niet storen’, verwerk berichten op vaste momenten, communiceer je reactietijden en delegeer triage om herstel en werk/privé-balans te bewaken. 

Naast informatiebeveiliging en werkdruk speelt ook fysieke belasting een rol. Langdurig werken op smartphones of tablets vergroot het risico op nek, schouder en polsklachten. Richtlijnen over wanneer mobiel werken functioneel is en wanneer niet, zijn daarom ook vanuit ergonomisch en duurzaam inzetbaarheidsperspectief zeer wenselijk. 

Waarom de vaste werkplek cruciaal blijft 

Tegelijkertijd is mobiel werken geen vervanging voor de vaste werkplek. Juist in een sector waar administratieve lasten al hoog zijn, is het gevaar reëel dat mobiel registreren leidt tot versnipperde informatie, verlies van klinische samenhang en onvolledige financiële verantwoording. 

Psychologisch werk vraagt om reflectie, hypothesevorming en integratie van informatie. Het schrijven van behandelplannen, diagnostische overwegingen, ROMduidingen en juridisch relevante verslaglegging verloopt beter op een volwaardige werkplek met overzicht, rust en volledige EPDfunctionaliteit. De vaste werkplek blijft daarmee essentieel voor kwaliteit en professionele verantwoording. 

Van losse technologie naar slim werkproces 

Mobiel werken levert efficiëntiewinst op wanneer het onderdeel is van een helder werkproces. Een herkenbare en effectieve aanpak is: 

  • Mobiel: korte notities, observaties en cliëntinput vastleggen op het moment zelf. 
  • Vast: uitgebreide verslaglegging, klinische reflectie en besluitvorming afronden op kantoor. 

Dit is extra belangrijk voor psychologen in opleiding, waar verslaglegging, supervisie en gezamenlijke dossierbespreking cruciaal zijn voor vakontwikkeling. Ook op teamniveau verdient dit aandacht: individuele, mobiele registratie mag samenwerking en multidisciplinaire afstemming niet ondermijnen. 

Toekomstgericht: AI als hefboom tegen administratielast 

In die context ligt de echte belofte van AI. Niet als vervanging van de professional, maar als hulpmiddel om administratieve druk te verminderen. Denk aan: 

  • automatische samenvattingen van sessieaantekeningen tot conceptverslagen; 
  • spraaknaartekst om typen te beperken en te zorgen dat het dossier direct volledig en actueel is; 
  • slimme signalering in monitoringdata; 
  • beslissingsondersteuning bij risicosignalen. 

Essentieel is dat AI ondersteunend blijft en niet leidend wordt. Het klinisch oordeel, de professionele autonomie en de ethische verantwoordelijkheid van de behandelaar blijven centraal. 

Conclusie: technologie moet tijd teruggeven aan zorg 

Mobiel werken en AI zijn geen doel op zich, maar middelen om een urgent probleem aan te pakken: te veel tijd naar administratie, te weinig naar behandeling. Alleen wanneer organisaties expliciet sturen op efficiëntie, kwaliteit en werkbaarheid, kunnen deze middelen bijdragen aan meer behandelcapaciteit, minder belasting en betere ggz. 

De sleutel ligt niet in méér digitalisering, maar in slimmer ontwerpen van veilige en vriendelijke werkprocessen, met het vakmanschap van de professional als uitgangspunt.